‘Bankafschriften? Nooit gezien!’

Ik regelde in de ruim vijf jaren dat we gescheiden leefden maar nog niet officieel gescheiden waren, nog steeds al onze bankzaken en dat deed ik, als gewoonlijk, via internetbankieren. Daarnaast regelde ik ook de financiën van mijn ouders omdat zij dat zelf niet meer konden. Ik was gemachtigd tot alle handelingen op hun bankrekeningen.

Na de scheiding in 2007 heb ik me meteen heel goed gerealiseerd dat het belangrijk was dat alle financiële handelingen die ik verrichtte voor mijn ex inzichtelijk moesten zijn en blijven. Daarom heb ik, ondanks het feit dat de banken in die tijd hier geld voor begonnen te vragen, nooit verzocht om de toezending van papieren afschriften per post naar het huisadres van mijn ex stop te zetten.

Vals beschuldigd, maar wilt u dat wel even weerleggen?

Tijdens één van de vele rechtbankzittingen, in december 2013, beweerde mijn ex ineens, volkomen vanuit het niets en zonder enige schriftelijke onderbouwing, dat zij ernstige vermoedens had dat ik een aanzienlijk deel van ons geld had laten verdwijnen. Datzelfde gold volgens haar ook voor het geld uit de erfenis van mijn ouders die inmiddels waren overleden. In totaal zou het om enkele tienduizenden euro’s gaan, terwijl zij in de afgelopen jaren nog nooit één vraag had gesteld over onze financiën of opheldering gevraagd over een bepaalde banktransactie.

Met deze opmerking slaagde zij erin bij de rechtbank twijfel te zaaien over mijn integriteit en om die reden besloot de rechtbank een tweede zitting te beleggen, ongeveer vier maanden later, en kreeg ik de opdracht om dan opheldering te geven over een aantal bankzaken waar mijn ex haar twijfels over had geuit, zonder ook maar enigszins concreet te worden.

Conclusie: de rechtbank neemt gewoon voetstoots de beschuldigingen deels over door er vanuit te gaan dat ‘waar rook is, ook wel vuur zal zijn’. De rechter vraagt dus niet tijdens de zitting aan mijn ex of zij haar beschuldigingen ook kan onderbouwen, maar vraagt zonder omwegen meteen aan mij om op een volgende, speciaal daarvoor nieuw te plannen zitting, aan te tonen dat e.e.a. financieel ordentelijk is verlopen. Dit is mijns inziens een omkering van de bewijslast. En ik maar denken dat nog steeds geldt: ‘Wie eist, bewijst’.

Tactiek der verschroeide aarde

Het gevolg: vier maanden vertraging in de afhandeling van de zaak en daarmee was ik weer een flink bedrag aan advocaatkosten kwijt. Zo eenvoudig is het dus om opzettelijke vertraging te veroorzaken voor wie kwaad wil. En zo eenvoudig is het ook voor een dergelijke ex om de ander weer grote (financiële) schade toe te brengen zonder er zelf ook maar iets beter van te worden. Waarom zo iemand dit  doet? Om er zelf beter van te worden? Nee, dat is niet het hoofddoel! Ze doet dit omdat het kan! Dat ligt namelijk besloten in de karakterstructuur van een dergelijke kwaadwillende ex, is mijn ervaring. Liever alles kapot maken, als zo iemand zelf zijn/haar doel niet bereikt, dan dat een ander mogelijk ergens nog een voordeel zou behalen: dat is de tactiek der verschroeide aarde.

In april 2014 vond de tweede zitting in deze procedure plaats. Ik had mij hierop voorbereid door (onder meer) bij onze bank een uitdraai uit het klant-contactsysteem op te vragen waaruit klip en klaar bleek dat van al onze bankrekeningen in al die jaren altijd de afschriften waren verstuurd naar het adres van mijn ex. Ook bleek uit die gegevens dat er nooit om stopzetting van de toezending was gevraagd en ook was er nooit een adreswijziging aan de bank doorgegeven.

Hieruit kan m.i. elk weldenkend mens opmaken dat mijn ex al die jaren alle bankafschriften moet hebben ontvangen.

Kafka in de polder

Toen ik tijdens deze tweede zitting de rechter wees op de stukken van de bank die ik had ingediend, vroeg de deze daarop aan mijn ex: ‘Mevrouw, heeft u die bankafschriften in uw bezit?’ Het antwoord van mijn ex luidde (met droge ogen): ‘Ik heb nog nooit een afschrift gezien.’ Daarop zei de rechter tegen mij: ‘ U hoort het. Zij zegt dat ze de afschriften niet heeft. Wilt u zo goed zijn ervoor te zorgen dat zij deze afschriften alsnog ontvangt?’

Ik was totaal verbijsterd over deze gang van zaken. Dit was werkelijk ‘Kafka in de polder’. Daarop werd een derde zitting gepland. Die vond pas plaats in september 2014. Er was dus weer vijf maanden vertraging gerealiseerd door mijn ex, simpelweg door de rechter keihard in z’n gezicht voor te liegen. Zo eenvoudig is het dus!

Mijns inziens had de rechter aan mijn ex moeten vragen: ‘Kunt u bij Post NL eens nagaan waarom u al die honderden afschriften niet heeft ontvangen? Ik heb hier namelijk het bewijs dat uw bank ze wel aan u heeft gestuurd!’

Postbode in de fout? Nou nee…

Het is eenvoudig uit te rekenen dat, als het niet ontvangen van die afschriften door mijn ex aan de postbezorging zou hebben gelegen, dit zou betekenen dat de postbode in die jarenlange periode haar brievenbus zeker enkele honderden keren moet hebben overgeslagen. Dat is een wel heel onwaarschijnlijk scenario.

Ik had geen andere optie dan achter die bankafschriften aan te gaan. Die had ik uiteraard zelf niet, want ze lagen bij mijn ex thuis. De enige optie was om bij de bank alle afschriften over die hele periode 2007-2012 digitaal op te vragen. Dat bleek bij onze bank niet te kunnen (in 2014!). Men kon uit het archief afschriften printen en mij die toesturen. Kosten: E 5,= per afschrift. Het betrof een stuk of vijf betaal- en spaarrekeningen over een periode van vijf jaar en er werden twee-wekelijks afschriften verstuurd. Dat werd dus een enorme kostenpost die ik op dat moment niet zomaar even kon betalen. De reden dat ik die afschriften niet zelf meer kon downloaden was dat de rekeningen bij die bank al jaren daarvoor waren opgeheven.

Nu had mijn ex in eerst instantie (voor de rechtbank!) toegezegd dat die kosten zouden worden gedeeld (terwijl de afschriften gewoon bij haar in kast of in de vuilnisbak lagen). Toen er moest worden betaald, gaf ze geen gehoor aan mijn verzoek tot betaling; er werd gewoon totaal niet op gereageerd.

Window-dressing

Dit gedrag (en publiek toezeggen dat je zult meebetalen en naderhand dat weigeren) is overigens een vorm van ‘Window-dressing’: je zorgt ervoor dat het er voor de buitenwereld allemaal piekfijn en sympathiek uitziet en dat je de indruk wekt dat je heel coöperatief bent, maar achter de schermen en buiten het zicht van de camera’s, speel je een totaal ander en leugenachtig spel. Dit gedrag werd door mijn ex ook vertoond rondom de verkoop van onze woning.

Het werkelijke dieptepunt van de hele kort-gedingprocedure die ik hierboven heb beschreven moest overigens nog komen. De inzet van de procedure was om de rechtbank een knoop te laten doorhakken over de definitieve financiële afwikkeling. Het uiteindelijke vonnis luidde dat de rechtbank van mening was dat een kort-gedingprocedure zich toch niet leende voor ‘een zaak als deze’ en de uitspraak was dat er geen uitspraak over de boedelverdeling werd gedaan!

Dus: er is ongeveer een jaar lang geprocedeerd als gevolg van de verschillende vertragingstactieken die mijn ex toe had gepast, een enorm bedrag aan advocaatkosten was ik eraan kwijt en dan komt er….geen uitspraak.

Naar de notaris. Of toch niet?

De rechtbank vonniste alleen dat de boedelscheiding moest worden geregeld via een door de rechtbank aangewezen notaris. Daar liep de zaak opnieuw vast doordat mijn ex gewoon niets ondernam richting notaris en het contact met de met hem verbrak waardoor deze ook niet verder kon. De notaris maakte mij duidelijk dat hij zonder medewerking van ons beiden geen enkele stap kon zetten m.b.t. de verdeling. De zaak werd toen uiteindelijk, weer een jaar later, door de rechtbank geregeld in een door mij aangespannen bodemprocedure.

Het is me overigens duidelijk geworden dat een rechtbank soms in de ene kort-gedingprocedure wel een boedelscheiding wil regelen, maar even zo goed in een andere weer niet. Dit hangt samen met de complexiteit van de zaak; de uitkomst is dus moeilijk voorspelbaar. Dit hangt samen met de situatie en het varieert van huurwoning en geen kinderen enerzijds (eenvoudig) en koopwoning en minderjarige kinderen anderzijds (complex).

Hierdoor was er geen andere mogelijkheid meer dan een bodemprocedure aan te spannen met als inzet dat de rechtbank de definitieve boedelscheiding, zonder enige bemoeienis van ons of een notaris, zou vaststellen. Toen ging het ineens snel: de zitting was in september 2015 en eind december was er een uitspraak waarin alle valse aantijgingen van mijn ex volledig werden afgedaan als complete onzin (in vonnis-jargon: ‘Vorderingen afgewezen wegens volstrekt onvoldoende onderbouwing‘) en de verdeling door de rechtbank precies zo werd vastgesteld als ik had voorgesteld.

Zo de waard is…

Tijdens deze procedure bleek overigens dat mijn ex zelf wel een bankrekening had verzwegen die zij na de scheiding van tafel en bed, dus nog binnen de huwelijksgoederengemeenschap, had geopend en waarop nog geld uit de boedel stond dat moest worden verdeeld! Dat heet dus verduistering. Een gevalletje ‘Zo de waard is, vertrouwt ie z’n gasten’.

Ook bleek toen op enig moment dat het te verdelen vermogen zelfs aanzienlijk groter was dan we aanvankelijk dachten (gevolg van de toegenomen afkoopwaarde van een beleggingsverzekering). Daarop werden de beschuldigingen ook meteen nog sterker aangezet en steeg het bedrag dat ik zou hebben verduisterd tot vrijwel precies 100% van het nieuwe (veel hogere) bedrag dat nog moest worden verdeeld.

Duivels plan

Een zeer pijnlijke gebeurtenis volgde slechts enkele uren na de eerste zitting in deze procedure in december 2013. Ik ontving diezelfde dag ‘s avonds van mijn jongste kind (toen 13 oud) een email waarin deze stelde mij nooit meer te willen zien omdat ik toch alleen maar leugens vertelde.

Er bleek dus door mijn ex een duivels plan te zijn ontwikkeld om, samen met haar vriend, te proberen al het nog te verdelen geld naar zich toe te harken door te beweren dat ik een enorm bedrag had laten verdwijnen waardoor zij, ‘ter compensatie’, aanspraak wenste te maken op alles van wat nog verdeeld moest worden.

Om dit plan succesvol uit te kunnen voeren was het natuurlijk wel zo handig als de kinderen (destijds in leeftijd variërend van 13 tot 17 jaar oud) geen contact meer met mij zouden hebben omdat ik heel eenvoudig de kinderen zou hebben kunnen overtuigen van de totale onzinnigheid van alle beschuldigingen.

Sindsdien heb ik geen contact meer met mijn kinderen. Ze zijn volledig gehersenspoeld, er is bij hen geen enkele ruimte meer voor enige ambivalentie m.b.t. de situatie: alles is de schuld van mij, hun vader. Het is een schoolvoorbeeld van ouderverstoting.

Reacties zijn gesloten.